Rijke Mesopotamisch/Arabische boer. Krijgt de opdracht naar het Beloofde Land te verhuizen. Stamvader en daarmee misschien veroorzaker van het conflict tussen Joden en Palestijnse Arabieren. Volgens de Bijbel biologische vader van de helft van de wereldbevolking. Verwekker van Ismaël (stamvader van de Arabieren) en Izaak (stamvader van het volk Israël). Als aartsvader belangrijk voor joden, christenen en moslims. Spreekt rechtstreeks met God. Ontvangt de nu fel omstreden bijbelse landbelofte.
Eigenaardig Aan het conflict
Israël -
Palestina zitten nogal wat religieuze aspecten vast. Deze mysterieuze figuur Abraham staat in het conflict centraal. Het mag op z’n minst opmerkelijk heten dat de bijbelschrijvers als stamvader niet kiezen voor een Jood, een Filistijn of een Kanaäniet, maar voor wat we vandaag een Irakese Arabier zouden noemen. Voor de volken en religies die bijna 4.000 jaar later nog zo fel met elkaar overhoop liggen een gegeven dat tot nadenken moet stemmen.
Naam Ibri, Ibrãhîm; (aartsvader; Grieks = patriarch).
‘Vader van alle gelovigen’. ‘Drager der beloften’ (Hebr. 7:6). ‘De ongrijpbare aartsvader. ‘Vriend van
Allah’. ‘Vader der
joden’. Profeet van de
islam. Velen beschouwen hem als aartsvader van de hele mensheid. In de
Bijbel wordt hij een ‘Hebreeër’ genoemd. Voor theologen is dat van belang om de geslachtsverbinding met de Hebreeërs, de Israëlieten (pas veel later de Judeeërs, de
Joden), aan te tonen. In de klankkleur van het woord ‘Hebreeër’ is de naam van Abraham te herkennen, net als in de grote leider van het hindoeïsme, Brahma, van wie een nagenoeg analoge (gelijkluidende) levensbeschrijving bestaat.
Landbelofte Aartsvader Abraham ontvangt in de Hebreeuwse
Bijbel (voor
christenen het
Oude Testament) de nu sterk omstreden
landbelofte. De joodse
orthodoxie hecht sterk aan de bijbelteksten. Het
christendom is er verdeeld over. De islamitische traditie is er dubbelhartig over. Zij erkent Abraham voluit als aartsvader en de
Bijbel als heilig boek, maar hecht aan de
landbelofte geen betekenis. Toch zijn in de
Koran teksten te vinden die het recht van de
Joden op ‘hun eigen land’ bevestigen.
Bijbel en Koran In het eerste bijbelboek,
Genesis, wordt Abraham, in de hoofdstukken 12 t/m 22, uitvoerig beschreven. Hoofdstuk (Soera) 14 van de
Koran is aan hem gewijd; zie ook
Koran 37: 102 t/m 112. In Soera 3:67 lezen we dat Ibrãhîm geen jood en geen christen was, maar een Hanif ('rechtzinnige, volger van het
monotheïsme'), die zich aan
Allah overgegeven heeft. Volgens het Nieuwe Testament stamt
Jezus rechtstreeks van Abraham af. In de tijd van
Jezus zijn de
joden er trots op te kunnen zeggen: “Wij hebben Abraham als onze vader”. Ook vandaag nog spreken zowel
joden als
moslims zich graag in deze zin uit. Van een daaruit volgende verbondenheid is geen sprake.
Oorsprong Afgezien van de oudtestamentische bijbelteksten en de nieuwtestamentische verwijzingen daarnaar, staat niet vast dat Abraham werkelijk bestaan heeft. Over zijn geboortedatum lopen de meningen sterk uiteen: de datering varieert tussen 2166 en 1906 v. Chr.
Ook Abrahams oorsprong is onduidelijk. Hij woonde in Ur der
Chaldeeën (Oer in Zuid-Mesopotamië) en kan dan een Soemeriër (in hedendaagse geografische termen een Irakees of Iraki) genoemd worden. Andere geleerden denken, vanwege de kortere afstand, aan Oer bij Haran.
Verhuizing Abrahams dan nog onbekende
god vraagt hem naar
Kanaän te verhuizen, omdat dat het land van zijn nageslacht zal worden. Hij gehoorzaamt, maar vlucht vanwege een hongersnood met zijn gezin naar
Egypte. Hij komt daar in contact met de
Farao, die zijn vrouw Sara (Sarai) heeft laten ontvoeren (Gen. 12).
Twee beloften Zijn naam wordt in de
Bijbel veranderd van Abram (waarschijnlijk een afkorting van Abiram, dat in het Hebreeuws 'vader is verheven’ betekent) in Abraham (‘vader van vele volken’). Hem wordt een rijk nageslacht, het land
Kanaän als nalatenschap voor zijn kinderen en in de toekomst een grote naam beloofd: ‘En uw naam zal niet meer genoemd worden Abram, maar uw naam zal wezen Abraham, want ik heb u gesteld tot een vader van een menigte der volken. En Ik zal u gans zeer vruchtbaar maken, En Ik zal u tot volken stellen, en koningen zullen uit u voortkomen’
(
Genesis 17:5 en 6).
Vrouwen en kinderen Abraham heeft meer dan één vrouw. De eerste, Sara, zijn hoofdvrouw, moet hartelijk lachen als ze hoort dat ze op hoge leeftijd nog een kind zal krijgen. De tweede is
Hagar, een uit
Egypte afkomstige slavin of bijvrouw. De derde is Ketura.
Hagar krijgt
Ismaël als Abraham 86 jaar oud is. Hij is 100 jaar oud als Sara
Izaak ter wereld brengt. Het blijft niet bij
Ismaël en
Izaak. “En Abraham nam wederom een vrouw, Ketura geheten. En zij baarde hem Zimran, Joksan, Medan, Midjan, Jisbak en Suach” (
Genesis 25:1–2). Het juiste antwoord op een bekende quizvraag: Abraham heeft niet twee maar acht zonen.
Kinderoffer De ultieme beproeving – en geloofstest - is de bereidheid van Abraham zijn zoon
Izaak te offeren. Op het laatste moment voorkomt een engel de handeling. Een met zijn hoorns in het struikgewas verstrikt geraakte ram wordt geofferd. De islamitische wereld herdenkt deze gebeurtenis met ‘Abraham’s
Offerfeest’, waar de rituele slachting van schapen bij hoort. Islamitische bronnen betogen overigens dat Abrahams offerbereidheid niet
Izaak maar
Ismaël betrof. Volgens hen zijn de Bijbelteksten veranderd.
Conflict De verwekking van Abrahams beide zonen is volgens de traditie het begin van het conflict tussen
Ismaël (de Arabieren, van
Hagar) en
Izaak (het volk
Israël, van Sara). In het conflict van vandaag, tussen
Israël en zijn buren, komt het 4.000 jaar oude thema constant ter sprake.
Hebron Abraham sterft volgens de
Bijbel op 175-jarige leeftijd. Zijn zonen
Ismaël en
Izaak begraven hem in de spelonk van
Machpela, waarin eerder ook zijn vrouw Sara begraven is. Het drukbezochte graf van Abraham is een van de vele bronnen van het conflict tussen
Palestijnen en
Joden. De islamitische wereld ziet het als een belangrijk heiligdom en meent er evenveel recht op te hebben als de
Joden. De heilige plek ligt in wat vandaag als ‘het Palestijnse gebied’ wordt gezien.
Filistijnen Nog een opmerkelijk gegeven: volgens de
Bijbel woonden in de tijd van Abraham al
Filistijnen in het nu omstreden land: ‘En Abraham woonde als vreemdeling vele dagen in het land der
Filistijnen.’ (
Genesis 21:34). De meeste historici dateren de aanwezigheid van
Filistijnen in
Kanaän honderden jaren later. Miljoenen
moslims, maar ook veel westerlingen, geloven in de uitspraak van onder meer Arafat, dat de Palestijnse Arabieren van nu afstammen van de bijbelse
Filistijnen. Het is een van de vele, maar zeker niet het belangrijkste, twistpunten in het conflict van vandaag.