Inzet van het conflict en betrokken partijen Bij de Afghaanse Oorlog strijden Sovjetlegers en de Afghaanse vrijheidsstrijders, de islamitische Mudjaheddin, om de controle over Afghanistan.
Achtergrond In de decennia voorafgaand aan de oorlog was de communistische partij in Afganistan sterk gegroeid. Voormalig minister-president
Mohammed Daoud zette in 1973 de koning (tevens zijn neef) af om zelf de macht te grijpen. De linkse Daoud wilde echter geen hulp van de
Sovjet-Unie en zocht toenadering tot doorgaans islamitische buurlanden, hoewel hij zelf geen voorstander was van een islamitische staat. De communisten werkten intussen wel met de Russen samen en brachten Daoud om het leven. In het land ontstond een machtsvacuüm dat van alle kanten werd getracht op te vullen. De macht van de Mudjaheddin groeide en maakte de Russen ongerust. In december 1979 vielen zij het land binnen. De
VS steunden de islamitische verzetstrijders.
Slachtoffers De strijd in Afganistan was gewelddadig van aard. Tussen 1985 en 1987 werden 1800 terroristische aanvallen geregistreerd. Het aantal doden aan Afghaanse kant wordt geschat op een miljoen, terwijl de Russen bijna 15.000 soldaten verloren. Vijf miljoen Afghanen sloegen op de vlucht naar het buitenland en nog eens twee miljoen raakten ontheemd in eigen land. Landmijnen zijn nog altijd een gevaar.