Orthodoxe en mystieke rabbi. Grondlegger van het chassidisme.
· Geboren rond het jaar 1700 in Oost-Europa, de
Oekraïne, als
Israël ben Eliëzer. Zijn ouders sterven als hij nog een kind is. Heeft al op jonge leeftijd een sterke band met
God. Krijgt aanstelling als leraarsassistent en kan daarna aan de slag in de
synagoge. · Bestudeert de joodse religie. Raakt bevriend met de
tzadikim (= ‘rechtvaardigen’), onder meer met rabbi
Adam Baal Shem. Later raakt hij bevriend met andere rabbi’s, onder wie Rabbi Ephraim van Brody en Rabbi Gershon. · Op 36-jarige leeftijd bereikt hij de faam een heilig man te zijn. Vanuit Talust leidt hij anderen op. Zijn naam verandert in Baal Shem Tov: de ‘Goede meester van de (goddelijke) Naam’. · Zijn kennis is vooral gebaseerd op de werken van AriZal. Hij legt de nadruk op het gebed, de liefde voor
God en de liefde voor medejoden. Innerlijke vroomheid, vanuit de eenvoud van het hart. Hij meent dat de bestudering van de Torah niet het enige pad is om dichter tot
God te komen. Vindt het wel van belang een hechte band te hebben met een Tora-geleerde als mentor. · Zijn bevindingen veranderen het
jodendom in Oost-Europa. Zijn
chassidische ideeën hebben hem op het moment van zijn dood zo’n tienduizend volgelingen opgeleverd. · Heeft zijn leer niet opgeschreven. Wat overgeleverd is, weten wij via zijn volgelingen. De
chassidische verhalen zijn later bijeengebracht door
Martin Buber. ·