Gevreesd Gestapo-agent en nazi-beul. Staat bekend als ‘de slager van Lyon’. Volgens zijn aanklagers verantwoordelijk voor de dood van 26.000 mensen.
Geboren in Duitsland, Bad Godesberg, op 25 oktober 1913. Zijn ouders – beiden onderwijzer - trouwen drie maanden na zijn geboorte. Vindt na zijn studie geen baan. Maakt een moeilijke periode door en vindt genoegdoening binnen de nazi-partij. Gaat bij de jeugdafdeling van de partij en raakt steeds meer toegewijd. Werkt zes maanden als vrijwilliger binnen het werkkamp van Schleswig-Holstein.
Is fel gekant tegen de bezetting van het Rijnland door de Fransen. Ontwikkelt een enorme haat tegen de Fransen. Volgens hem zijn die schuldig aan de dood van zijn vader in 1933 (volgens Barbie is hij gestorven aan een kogel uit de Eerste Wereldoorlog) en zijn eigen mislukkingen.
Gaat in 1935 bij de SS. Wordt tot ondervrager opgeleid in Berlijn. Zijn eenheid heeft de opdracht Berlijn ‘op te schonen’. Gaat als undercover op zoek naar het ‘uitschot’ van de samenleving volgens zijn maatstaven: joden, homoseksuelen, prostituees.
Wordt in 1940 tweede luitenant binnen de SS en vlak daarna officier. Datzelfde jaar reist hij naar Den Haag en Amsterdam. In de laatste stad zet hij de deportatie van de joden op. Bouwt de reputatie op extreem wreed te zijn.
In 1943 wordt Lyon door de Duitsers bezet. Barbie krijgt de taak de stad zo snel en zo grondig mogelijk ‘op te schonen’. Direct worden duizenden joden gedeporteerd en duizenden Fransen vermoord. Hij gaat enorm bruut te werk. Elke willekeurige persoon op straat loopt de kans slachtoffer te worden van zijn wreedheden.
Wordt door Hitler geëerd vanwege de moord op Jean Moulin, de hoogste verzetsman in Frankrijk, die door de nazi’s gepakt is. Barbie vlucht naar Duitsland vlak voordat Lyon bevrijd wordt. De Fransen veroordelen hem tot twee maal toe ter dood.
Na de oorlog nemen eerst de Britten en later de Amerikanen (het Counter Intelligence Corps) hem in bescherming vanwege zijn mogelijke nut in de Koude Oorlog. Hij heeft immers politie-ervaring en is een enthousiast anticommunist. De organisatie helpt hem - met zijn gezin - te vluchten naar Latijns-Amerika, waar hij onder de schuilnaam Klaus Altmann carričre maakt en in 1957 burgerschap krijgt. Is daar jarenlang werkzaam voor dictaturen in Peru en Bolivia als ondervrager en martelaar. Wordt in 1983 aan Frankrijk uitgeleverd, waar hij in 1987 veroordeeld wordt tot levenslang. In 1991 sterft hij in de gevangenis aan kanker.