Bijbelse aanduiding voor het land Israël. De landclaim wordt gelegd door orthodoxe joden en christenen. De islamitische orthodoxie omarmt Abraham als aartsvader en de Bijbel als heilig boek, maar wijst de landbelofte af. Israëlcritici spreken liever van het ‘beroofde’ of ‘geroofde’ land.
Toezegging nog geldig?
Gezondheid, geluk of rijkdom claimen op basis van heilige geschriften – of die nu 2.500, 1.900 of 1.300 jaar oud zijn – zouden veel mensen direct herkennen als een dwaasheid. Voor land ligt dat blijkbaar anders. Niet alleen joden en christenen, maar ook moslims baseren zich op hun heilige geschriften als het om het Beloofde Land en dus de aan Abraham gedane landbelofte gaat.
Een van de belangrijkste twistpunten in het conflict van vandaag is het recht dat joden al dan niet hebben om terug te keren naar hun bijbelse vaderland. Met ‘beloofd’ wordt volgens de bijbels-joodse traditie bedoeld ‘door God (= de Schepper, HaShem, JHWH; Jahweh, Jehova, de Heere) ongeveer 4.000 jaar geleden aan het volk Israël beloofd’. Ook voor veel christenen is de belofte heilig en actueel. Moslims zeggen de Bijbel in grote lijnen in hun geloof te hebben geïncorporeerd.
Des te opvallender is dat de hedendaagse islam het idee van de hand wijst en er – op basis van een eigen heilig boek, de Koran - een eigen religieuze landclaim voor in de plaats stelt. In de Koran is meer dan één aanwijzing te vinden die bevestigt dat de joden recht hebben op Palestina.
De letterlijke term is in de Bijbel niet te vinden. De strekking van de belofte is wél in veel bijbelteksten terug te vinden. De landbelofte is de basis van de religieuze component van het conflict. Op basis daarvan claimen zowel joodse als christelijke groeperingen het land dat nu Israël en/of de Palestijnse gebieden heet. Dat betekent dat deze groeperingen vooral ook de toekomstige staat Palestina – en vooral Judea en Samaria, nu de Westoever - tot het Beloofde Land rekenen, waarmee het conflict zal voortduren.
Onrechtmatig
Veel niet-religieuze commentatoren zien de claim als onrechtmatig. Een god die zich eerst een volk uitkiest en het vervolgens – met nogal wat moordzuchtig geweld - een eigen stuk land geeft is hun ogen onzin, uit de tijd, achterhaald, religieusromantische kletspraat of religieus bedrog.
Een deel van hen erkent wel het recht van joden op het land, maar dan op basis van hun ‘historisch’ recht. Volgens hen hebben de joden er vele eeuwen langer gewoond dan de Arabieren. Ze zijn er in de eerste eeuw na Christus door de Romeinen ten onrechte uit verdreven. Vanuit de Arabische wereld wordt – vanzelfsprekend - intensief geprobeerd de joodse bewoning van het land te bagatelliseren of zelfs helemaal te ontkennen.
Megaland
Hoe groot was het beloofde land precies? De bijbelteksten zijn – zoals vaker - niet eensluidend: Genesis 15 en Exodus 3 en 23 bepalen de grenzen van een voor onze begrippen wel héél groot Israël. Het sluit heel Jordanië in en loopt door tot diep in het huidige Irak, tot aan de rivier de Eufraat.
Een deel van de orthodox-religieuze joden lijkt op basis van die teksten gelijk te hebben: het kan niet zo zijn dat God de hand heeft gehad in de uitroeping van de staat Israël in 1948. Het gebied van het Verdelingsplan is nog geen 15% van wat in de Bijbel beschreven staat en beloofd is. De toekomstige stichting van een Israëlisch-Palestijnse staat inclusief het voormalige Oost-Palestina (nu Jordanië), waarvan zo nu en dan sprake is, zou de bijbelse belofte dichterbij brengen. Het onderwerp brengt nogal wat toeschouwers op de gedachte dat Israël uit is op ongebreidelde expansie en liefst het halve Midden-Oosten zou willen bezetten. Dat sluit in hun ogen mooi aan bij de stokoude geruchten dat Joden uit zijn op Joodse wereldheerschappij.
Theocratisch uitgangspunt
Zionisten en (ultra-) orthodoxe joden in en buiten Israël vinden dat ze met de bijbelteksten in hun recht staan. Ze stellen Gods wetten en beloftes boven die van de moderne democratie. Ze zien de teksten als rechtvaardiging om joodse nederzettingen te stichten in wat door de Palestijnen als hún gebied wordt beschouwd. Opmerkelijk: een belangrijk deel van de orthodoxe joden, zoals Neturei Karta, vindt de stichting van nederzettingen wél gerechtvaardigd maar de stichting van de staat Israël niet.
Grenslijn onduidelijk
Als de verdeling van het land tussen Israël en Palestijnen ter sprake komt, wordt meestal uitgegaan van de grenzen die golden voor de Zesdaagse Oorlog van 1967, de zgn. groene lijn. Tijdens die oorlog veroverden de Israëli’s de Gazastrook, de Westbank, Golan en Oost-Jeruzalem. De eerdere grenzen, namelijk die van het Verdelingsplan van de VN (1947), zijn veranderd door de Onafhankelijkheidsoorlog van 1948-1949. Na afloop van die oorlog bleek dat de Israëli’s meer grond hadden veroverd dan in het verdelingsplan was bepaald.
Dubbele blokkade
Volgens sommigen zullen de Israëli’s het hun in de Bijbel beloofde land - en dan vooral de Westbank, of Judea - nooit aan de Palestijnen afstaan. Land dat God aan de joden gegeven heeft kan nooit weggegeven worden. In orthodoxe kringen (zowel joodse als christelijke) wordt betoogd dat God het land in de Bijbel zijn eigendom noemt, dat de joden het dus in bruikleen hebben en dat ze dus niet het recht hebben het aan anderen te geven. Volgens hen kan ook geen sprake zijn van ‘teruggeven aan de Arabieren’, omdat die nooit de rechtmatige eigenaars zijn geweest. In die visie zijn het de orthodoxen die een ‘moderne’ oplossing (land in ruil voor vrede: twee gescheiden staten met Gazastrook en Westbank voor de Palestijnen) tot politiek onhaalbare optie maken. Hun standpunt is slechts een van de vele blokkades voor het bereiken van vrede.
Het verschilt nauwelijks van een Arabisch/Palestijnse idee dat er veel op lijkt: de joden hebben geen recht op ‘hun’ land en ze moeten allemaal vertrekken. De landbelofte staat lijnrecht tegenover de Korangedachte die bij de grote meerderheid van de moslims leeft: land dat eenmaal in handen is geweest van de islam mag nooit meer in handen van de ‘ongelovigen’ komen.
Samenvatting
De joodse, christelijke en islamitische claims staan lijnrecht tegenover elkaar. Veel gelovigen trekken zich van de landbelofte niets aan. Ze blijven zich hardnekkig afvragen of Europese joden vanaf 1880 het morele recht hadden zich massaal in Arabisch Palestina te vestigen. Dat doen ze niet als het gaat om andere op dezelfde manier tot stand gekomen landen in grote delen van Europa, maar ook in beide Amerika's. Voor Israël, Israëli's en Joden wordt vaak een speciale meetlat gehanteerd.
De bijbelse landbelofte heeft veel weg van een ‘klap op tafel uit de hemel’. Vooral van de vele miljoenen aanhangers van de ‘grote godsdiensten’ zou je verwachten dat ze daarmee de discussie over het bestaansrecht van de staat Israël zouden sluiten. In de praktijk blijft de eigendomskwestie actueel, als niets anders dan een religieus twistpunt tussen joden, christenen en moslims. Voor het conflict van vandaag biedt de vraag wie zich eigenaar van het land mag noemen geen enkele oplossing. Een onpartijdige arbiter, die over de religieuze bron van het conflict een beslissing kan forceren, heeft zich nog niet gemeld.