Stad op de Westbank (in de antieke en bijbelse geschiedenis het gebied van de stam Juda), circa 7 km ten zuiden van Jeruzalem.
· Arabisch: Beit Lahm, “vleeshuis”.
· Hebreeuws: Bejt Lechem: “broodhuis”.
· Beide namen geven het contrast aan dat de landbouwgebieden in de omgeving van Bethlehem vormen met de verderop gelegen woestijn van Juda.
· De stad heet in de Egyptische Amarna-brieven (pre-joodse periode) Beth-Lechama: huis van de God Lechama. Het maakte deel uit van het land Oeroesalim (= Jeruzalem).
In de Bijbel wordt de stad voor het eerst genoemd in Genesis 35 (het graf van Rachel, een belangrijk en drukbezocht joods heiligdom). Bethlehem is de geboorteplaats van koning David. Ook in het boek Ruth wordt de stad genoemd. Voor het Christendom is de stad van groot belang: Jezus is er – volgens de traditie in een grot - geboren. De stad komt ook ter sprake als het gaat om de herders, de Wijzen uit het Oosten en de ster die ze de weg wijst. In 330 n.Chr. laat Constantijn de Grote er de Geboortekerk bouwen.
De laatste decennia is de stad geregeld toneel van gewelddadige conflicten tussen Israëli’s en Palestijnen. Volgens christelijke bronnen heeft, onder meer vanwege de bouw van de muur, een deel van de er wonende christenen zich elders gevestigd.
Israël draagt de stad in 1996 – na de Oslo-akkoorden - aan de Palestijnse Autoriteit over. In mei 2002 komen zowel de stad als de kerk in het wereldnieuws. Een groep Palestijnen (volgens de Israëli’s terroristen die geestelijken gijzelen) vlucht de kerk in. Het Israëlisch leger houdt ze wekenlang in gijzeling. Als de mannen worden losgelaten haalt de wereld opgelucht adem.
Wikipedia meldt (http://nl.wikipedia.org/wiki/Bethlehem) dat een Israëlische archeoloog de mogelijkheid openhoudt dat Jezus in een ander Bethlehem geboren is dan het Bethlehem van de Geboortekerk.