Heilig boek van joden, christenen. Voor een deel ook van moslims. Oorsprong van het monotheïsme, het geloof in de God van Israël.
<Grieks: biblia = boeken, meervoud van biblion (papyrusje, papier, geschrift, boek (-rol).
Er zijn verschillen tussen de “joodse” of Hebreeuwse, de “protestantse” en de r.-k. Bijbel. De Hebreeuwse Bijbel is het eerste deel. In de christelijke traditie wordt het als het
Oude Testament aangeduid. De joodse naam ervoor is
Tenach. Het bestaat uit drie delen: de Wet (
Pentateuch of vijf boeken van
Mozes), de
Profeten en de Overige.
De protestantse Bijbel telt 66 afzonderlijke boeken; de rooms-katholieke 76. Het verschil ontstaat door de zgn. “apocriefe”, niet-erkende, in tegenstelling met de wél erkende, de canonieke, boeken.
De christelijke Bijbel bestaat uit twee gescheiden onderdelen: het Oude en het Nieuwe Testament.
Het Oude Testament Het eerste deel is van de hand van tientallen, meestal onbekende auteurs en geschreven in de eeuwen vóór de geboorte van
Jezus. Waarschijnlijk zijn sommige bijbelboeken door meer dan één schrijver op schrift gesteld. De Hebreeuwse Bijbel kent geen vervolg in de vorm van een Nieuw Testament. Immers, de joodse religie erkent
Jezus niet als Verlosser of
Messias. Het O.T. komt overeen met de joodse
Tenach, maar de boeken staan in een andere volgorde. Het begrip
Oude Testament wordt in 175 n. Chr. voor het eerst gebruikt door bisschop
Melito van Sardis.
Het kan worden beschouwd als het Vaderlandse Geschiedenisboek van het volk
Israël, van de
Joden. Volgens veel geleerden is een deel ervan, ongeveer tot koning David, 1.000 jaar voor Christus, niet gebaseerd op werkelijke gebeurtenissen. Vanwege gebrek aan archeologisch bewijs wordt het, net als de Griekse en Romeinse, wel als Joodse mythologie getypeerd. Het bestaat uit 39 (de r.-k.-bijbel 46) boeken, meestal in het Hebreeuws. Het is ingedeeld in vier groepen:
1. De vijf boeken van de Thora of
Pentateuch. Deze worden toegeschreven aan
Mozes. In
Genesis vinden we verhalen over de schepping van de aarde, de
zondvloed en de grondleggers van het land
Israël, in
Exodus (=
uittocht) worden de
slavernij in
Egypte, de
uittocht, het ontstaan van de
Tien Geboden en de tocht door de woestijn beschreven. Numeri, Deuteronomium en Leviticus bevatten onder meer een groot aantal hygiëne- en voedselwetten.
2. De groep
Israël. Hier vinden we gedetailleerde beschrijvingen van de geschiedenis van het volk
Israël in het veroverde land
Kanaän:
Jozua,
Richteren,
Ruth, Samuël, Koningen en Kronieken,
Ezra,
Nehemia en
Ester.
3. De groep Poëzie en Wijsheid. De boeken Job, Psalmen, Spreuken, Prediker en Hooglied.
4. De
Profeten. Deze worden onderverdeeld in grote (Jesaja, Jeremia,
Ezechiël en Daniël) en kleine (de overige)
profeten.
Zionisten,
kolonisten en zowel joodse als christelijke orthodoxen van onze moderne tijd halen veelvuldig teksten uit Wet en
Profeten aan om aan te tonen dat
God het land
Israël voor zijn volk heeft gereserveerd: de
landbelofte.
Over de oorsprong van het Oude Testament “Diegenen die geneigd zijn de gegevens in het
Oude Testament als historische feiten te beschouwen dienen zich wel te realiseren, dat de vroegste teksten van het O.T.
waarschijnlijk rond 500 v. Chr. op papier zijn gezet.
De overige teksten werden hierna op verscheidene plaatsen,
gedurende een periode van 600 jaar, geschreven.
Met andere woorden: het is erg waarschijnlijk dat de bijbelse geschiedenis van het joodse volk pas na het jaar 500 enigszins in de pas gaat lopen met de werkelijke geschiedenis. De beschrijving van de levensloop voor die tijd
bestaat uit een mengeling van historisch juiste feiten en een flinke dosis fantasie, ‘goden- en heldenverhalen’ (mythologie), zoals alle volkeren die kennen. Daarbij heeft men het historisch materiaal van andere volkeren
vermengd met de eigen geschiedenis, waarin de figuur van de ene
God, die zich aan de profeet
Mozes geopenbaard zou hebben, centraal staat.”
Bron: De tempel van Salomon, Wim Duzijn, Zwolle.
Apocriefe Boeken Ze bevinden zich tussen het Oude en het Nieuwe Testament. Veel stromingen binnen het
christendom erkennen ze niet als officiële Bijbelboeken. Voorbeelden:
Makkabeeën I en II, Baruch en Suzanna. Deze boeken zijn doorgaans in rooms-katholieke en ‘algemene’ uitgaven te vinden, maar niet in de protestantse.
Het Nieuwe Testament Bestaat uit 27 boeken, in het Grieks gesteld, van de hand van diverse auteurs en door christelijke
concilies enkele eeuwen na de dood van
Jezus aan de canon toegevoegd. Het bevat:
1. De vier evangeliën (van Mattheüs (of Matteus), Marcus, Lucas en
Johannes), met gedetailleerde - volgens sommigen geromantiseerde - beschrijvingen van leven en dood van
Jezus.
2. De Handelingen van de Apostelen: een verslag van de gebeurtenissen na het overlijden van
Jezus.
3. De Brieven (van o.a.
Paulus en Petrus), waarin de zojuist ontstane christelijke gemeenten allerlei adviezen krijgen over leefwijze en opbouw van de
kerk.
4. De Openbaring van
Johannes. Bevat profetieën over het eind der tijden.
Vertalingen Er zijn ‘grondteksten’ in het Hebreeuws, in het Grieks en in het
Aramees.
· De oudste vertaling van het O.T. is de Septuaginta (in het Grieks), op basis waarvan de oudste Latijnse vertaling, de Vulgata en de meeste oosterse vertalingen tot stand kwamen.
· In 350 wordt de
Codex Vaticanus voltooid – de eerste volledige christelijke Bijbel.
·
Luther gaat bij zijn vertaling in het Duits uit van de grondtekst van het O.T., het Hebreeuws.
· In Nederland kennen we o.a. een Leidse, een Lutherse, een Willibrord- en een
Statenvertaling (Dordtse
Synode, 1618; www.statenvertaling.net) en voor de katholieken de zgn. Leuvense vertaling uit 1599.
· In 1951-1952 komt de Nieuwe Vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap uit.
· In oktober 2004 verschijnt een geheel nieuwe Bijbelvertaling, de NBV. Volgens de samenstellers is de nadruk gelegd op hedendaags taalgebruik. Er hebben, naast rooms-katholieke en protestantse
christenen, ook
joden aan meegewerkt. Zie www.denieuwebijbelvertaling.nl/.
De vele vertalingen die van de Bijbel gemaakt zijn, leiden nog steeds tot fel debat. Volgens sommige bijbelgeleerden zijn er in de vertalingen allerlei fouten geslopen. Ook zou een deel van de tegenstrijdigheden door vertaalfouten veroorzaakt zijn.
Historische betrouwbaarheid. De vraag of de Bijbel historisch betrouwbaar is levert al sinds haar bestaan felle discussie op. Enerzijds is er ‘het absoluut en 100% geïnspireerde Woord Gods. We dienen dat te geloven van kaft tot kaft’. Anderzijds zijn het ‘allemaal sprookjes, verzonnen verhalen, mythen, onbewijsbare kletspraat’.
Tegenstrijdigheden
Onophoudelijk zijn en worden pogingen gedaan om aan te tonen dat de Bijbel niet het woord van
God kan zijn, omdat er te veel met elkaar tegenstrijdige teksten in staan. Een poging om die tegenstrijdigheden te ontzenuwen wordt ondernomen op de site www.godswoord.nl.
Een site die tegengestelde meningen over de Bijbel in kaart brengt is www.broedersinchristus.nl/bijbel.htm.
Kopie Al eeuwen geleden werd de kanttekening gemaakt dat delen van de Bijbel zouden zijn gekopieerd van oude teksten uit
Egypte, Soemerië, Assyrië en Babylonië. Het
scheppingsverhaal komt in veel varianten in alle beschavingen op aarde voor, het zondvloedverhaal is overgepend van het Gilgamesh-epos etc.
Bewijs In discussies en publicaties over het conflict tussen
Israël en de Arabische buurlanden worden, zowel uit het Oude als het Nieuwe Testament, allerlei teksten aangehaald die het gelijk van
joden en
christenen moeten bevestigen. Eeuwenlang hebben
christenen Bijbelteksten aangehaald die hun gelijk tegenover de
joden moest bevestigen - en omgekeerd.
Palestijnen, Arabieren en
moslims stellen daar teksten uit de
Koran, vaak met een tegengestelde strekking, tegenover. Ook deinst men er niet voor terug, elkaars heilige boek als verzameling vervalsingen en fantasieverhalen af te doen.
In onze tijd beschouwen veel (jonge) mensen de Bijbel als een verzameling nauwelijks leesbare verhalen over grof menselijk geweld. Ook met de felle discussies over allerlei elkaar bevechtende opvattingen ‘hebben ze niets’.
Anderen wijzen weliswaar de ‘heilsboodschap af’, maar zien Het Boek toch als een uniek geschiedkundig studieobject. Zij lezen en bestuderen de verzameling (joodse) verslagen van de menselijke ontwikkelingsgeschiedenis zonder dat ze waarde hechten aan de religieuze betekenis ervan.