(280 – 337 n. Chr.)
Romeins keizer. Bekeert zich in 312, in navolging van zijn moeder Helena, formeel tot het christendom. Daarmee komt een eind aan de christenvervolging.
Volgens christelijke schrijvers ziet Constantijn vlak voor een beslissende veldslag een teken aan de hemel: een kruis met de in het Grieks de tekst “In dit teken zult gij overwinnen” (Grieks: 'En Toutoi Nika', vertaald naar het Latijn: “In Hoc Signo Vinces”). Inderdaad wint hij de slag.
In werkelijkheid blijft Constantijn aanhanger van het veelgodendom en laat zelfs munten slaan ter ere van Apollo. Hij verlegt de hoofdstad van het rijk naar (het latere) Constantinopel en legt daarmee de grondslag voor het christelijke Oost-Romeinse of Byzantijnse Rijk. In 313 verklaart hij het christendom tot geoorloofde (getolereerde) godsdienst. Het Edict van Milaan bepaalt dat het vanaf nu iedereen vrij staat zijn eigen godsdienst te kiezen. Het betekent het einde van de christenvervolgingen. In Constantijn’s regeerperiode bepalen bisschoppen dat de kerstviering op 25 december valt.
Constantijn sterft in 337. Hij wordt opgevolgd door zijn drie zonen. Hun opvolger, Theodosius, verklaart ruim vijftig jaar (394) later het christendom tot de staatsreligie van het Romeinse rijk.