Staatshoofd, Lord Protector, van Engeland in de zeventiende eeuw. Maakt immigratie voor joden naar Engeland mogelijk.
Cromwell is verantwoordelijk voor de afschaffing van de monarchie in Engeland. Hij leidt het republikeinse kamp tijdens de burgeroorlog en laat Karel I ter dood brengen. Tussen 1649 en 1653 is Cromwell staatshoofd van de Engelse republiek.
In de dertiende eeuw had koning Edward I joden de toegang tot Engels grondgebied ontzegd. Twee eeuwen daarvoor was het Willem de Veroveraar geweest, die dacht dat joden de Engelse economie zouden kunnen stimuleren, en die ze daarom verwelkomd had. Tussen de dertiende en zeventiende eeuw, gedurende 365 jaar, was het voor joden verboden om in Engeland te wonen.
Rabbi Menasseh ben Israel benadert Cromwell in 1655 met een stappenplan om joden opnieuw toestemming te geven zich op Engels grondgebied te vestigen. Cromwell is voorstander van het plan, omdat hij van mening is dat de joden een positieve invloed kunnen hebben op de Engelse economie, zoals in die tijd (de Gouden Eeuw) ook het geval was bij de joden in Amsterdam en Nederland. Hoewel het plan op veel tegenstand stuit, is Cromwell in staat om de joden in ieder geval te gedogen. In de praktijk had hij al vanaf het begin van de jaren 1650 joden toestemming gegeven zich op Engels grondgebied te vestigen.
Cromwell overlijdt in 1658. Zijn opvolger is niet in staat weerstand te bieden tegen de druk van de monarchisten. Karel II, de nieuwe koning, handhaaft de tolerantere houding tegenover de joden.