Koning van Irak tussen 1920 en 1933. Koning van Groot-Syrië in 1920.
Feisal is geboren in het huidige Saoedi-Arabië, als de derde zoon van de Sharif van Mekka. In 1913 wordt hij in het Ottomaanse parlement gekozen. Hij is aanhanger van de nationalistische Al-Fatat groepering.
Feisal neemt aan de Eerste Wereldoorlog deel aan de kant van de geallieerden. Hij neemt plaats in de nieuwe Arabische regering in 1918, is Arabische afgevaardigde tijdens de vredesbesprekingen in 1919 en maakt zich sterk voor de stichting van de Arabische Emiraten.
Hij tekent op 3 januari 1919 de Feisal-Weizmann overeenkomst. In deze overeenkomst accepteert Feisal de Balfourverklaring. Hij vertrouwt op de Britse belofte van volledige onafhankelijkheid van de Arabieren. Hij is enthousiast over de komst van joden in de regio en toont zich voorstander van het zionisme.
Emir Feisal tegenover Felix Frankfurter, 3 maart 1919: Wij Arabieren, vooral de goed opgeleiden onder ons, kijken met het grootste respect naar de Zionistische beweging ... Wij zullen de Joden een hartelijk thuiskomt wensen ... Wij werken samen voor een hervormd en herzien Nabije Oosten, en onze twee bewegingen zijn elkaars complement. De beweging is nationaal en niet imperialistisch. Er is in Syrië ruimte voor ons beide. Ik geloof inderdaad dat geen van beide succesvol kan zijn zonder de ander. (Bron: www.onsverleden.net)
In 1920 is hij heel even koning van Groot-Syrië. Dat duurt tot het gebied onder Frans mandaat komt. Een jaar later accepteert hij het Britse mandaat in Irak – hij wordt zelf koning. In 1932 maakt hij zijn land onafhankelijk. Na zijn dood in 1933 volgt zijn zoon Ghazi hem op.