Bevolkingsgroep in het noordwesten van Europa. Bestaat uit verschillende volkeren* die zich vanuit het Scandinavische gebied over Noordwest-Europa verspreiden.
· Kennen geen centralistische maatschappij zoals de Romeinen en leven hoofdzakelijk van de landbouw.
· Romeinen en Germanen komen elkaar tegen aan de noordgrens van het Romeinse Rijk. De Romeinen beschouwen het volk als “barbaars“. De Romeinse legers zijn echter niet in staat de Germanen onder controle te krijgen. Dit in tegenstelling met de Joodse opstanden in de eerste eeuwen van onze jaartelling. Het gaat daarbij om veel kleinere aantallen mensen. Ze worden door de bezettende Romeinse legers bloedig onderdrukt. Veel Joodse vluchtelingen verspreiden erna zich over landen in wat later de Arabisch-islamitische wereld zal worden, maar velen vestigen zich ook in het Romeinse Rijk in (Zuid-) Europa.
· In de loop van de derde en vierde eeuw worden de Germanen een steeds grotere bedreiging voor het wankelende Romeinse Rijk. Als het West-Romeinse Rijk uit elkaar valt worden de Germanen de nieuwe machthebbers in het westelijke deel van Europa.
· De Germanen hebben een eigen godsdienst. Wodan (of Odin) is hun oppergod. Ze gaan later zonder veel problemen over op de christelijke godsdienst. Daarbij worden Germaanse elementen met christelijke vermengd.
· In de negentiende eeuw komt in Duitsland een antisemitische stroming op die het Germaanse ras (Ariėrs) als meerwaardig (superieur/Übermenschen) beschouwt en de joden als minderwaardig (inferieur/Untermenschen). Dat laatste geldt ook voor zigeuners, zwarten en Mongolen. Het antisemitisme binnen het nazisme bouwt op dat idee verder.