De Geheime Staatspolizei, afgekort tot Gestapo, is de politiedienst die in het Derde Rijk van Hitler verantwoordelijk is voor de terreur tegen vijanden van de nazi’s en de jodenvervolging.
Terreur
De Gestapo werd in 1933 opgericht door Hitler´s rechterhand Göring. De belangrijkste taak van deze nieuwe dienst, die naast de gewone politiemacht ging functioneren, is het tegengaan van ´staatsonveilige elementen´. In de praktijk kwam het er op neer dat iedereen die zich als vijand van het rijk gedroeg opgepakt kon worden. Later konden ook degenen die werden opgepakt als ‘mogelijke vijand’ worden aangemerkt. Arrestanten kwamen al snel terecht in concentratiekampen die in nazi-Duitsland ingericht werden.
Liquidatie
Naast de Gestapo waren de twee nazi-legers van Heinrich Himmler en Ernst Röhm, de SS en de SA, actief in het Derde Rijk. Tijdens de Nacht van de Lange Messen werd de laatste politiemacht buitenspel gezet door een samenspel tussen Himmler en Göring. Op 20 april 1934 werd Himmler inspecteur binnen de Gestapo. Binnen een paar jaar zou Göring zijn machtpositie als hoofd van de organisatie aan Himmler verliezen.
Jodenvervolging
Toen tijdens de Reichskristallnacht in de nacht van 9 op 10 november 1938 de klopjacht op de joden op gang kwam, was de Gestapo de belangrijkste organisatie die de vervolging van de joden uitvoerde. Vanaf dat moment richtte de dienst zich ook op de raciale vijanden van het rijk.
Endlösung der Judenfrage
In 1939 ging de Gestapo, die op dat moment onder de verantwoordelijkheid van Heydrich viel, deel uitmaken van het nieuwe Reichssicherheitshauptamt. Nu komt de dienst onder leiding van Müller. Na het uitbreken van de oorlog gaat de Gestapo een belangrijke rol vervullen bij de Endlösung. De jodenvervolging werd binnen de Gestapo uitgevoerd door een speciale afdeling: de AMT IV B 4. Deze afdeling stond onder leiding van Adolf Eichmann en was verantwoordelijk voor de arrestatie van de joden en deportatie naar Polen. Ook hield de afdeling zich bezig met het zoeken naar een oplossing voor het ´joodse vraagstuk´.
Allesomvattend netwerk
Tijdens de oorlog ontstond een beeld van de Gestapo als alomtegenwoordig en alwetend staatsapparaat. De dienst leek alle elementen binnen de samenleving te beheersen en werd door iedereen gevreesd. In getal was de Gestapo een relatief kleine organisatie, maar de dienst kon rekenen op een uitgebreid netwerk van informanten en spionnen. De angst voor de Gestapo werd vergroot door de beruchte martelmethoden die tijdens verhoren werden gebruikt.