1937: Geboren als zoon van een arm boerengezin, in Aoeja, een dorpje bij de Irakese stad Tikrit, op 28 april. Raakt als jongeman in politiek geïnteresseerd door een oom, die legerofficier is en voorstander van Arabische eenheid.
1959 Verhuist naar Bagdad en wordt lid van de socialistische Ba’ath-partij.
1958 Trouwt met zijn nicht Sajida. Ze krijgen twee zoons en twee dochters.
1959 Ontvlucht Bagdad (eerst naar Syrië, later naar Egypte) nadat hij heeft deelgenomen aan een aanslag op premier Abdoel Karim Kassim, waarbij hij een kogelwond in zijn been oploopt.
1960 Wordt voor de aanslag bij verstek ter dood veroordeeld.
1963 Saddam keert terug naar Irak en neemt de leiding op zich van de veiligheidsdienst van de Baath-partij
1964 Saddam wordt gearresteerd.
1967 Weet uit de gevangenis te ontsnappen.
1968 De Baath-partij komt via een militaire coup aan de macht. Saddam wordt vice-president onder zijn oom Achmed Hassan Bakr. Saddam eigent zich steeds meer macht toe.
1979 Op 16 juli wordt hij president van Irak, nadat hij zijn oom Bakr heeft gedwongen ontslag te nemen, met als officiële reden gezondheidsproblemen. Saddam laat tientallen leden van de eigen Baath-partij en een derde van de RCC executeren.
1980 Ontketent op 22 september een heftige oorlog tegen zijn Arabisch buurland Iran.
1984 Saddam herstelt de diplomatieke betrekkingen met de VS die sindsdien zijn bewind steunen
1988 Op 29 augustus wordt de oorlog met Iran beëindigd zonder dat één der partijen ook maar de geringste winst heeft geboekt. Schattingen gaan uit van minstens een miljoen doden. In hetzelfde jaar slaat hij een Koerdische opstand neer, waarbij hij massa-executies laat uitvoeren en chemische wapens inzet. Er vallen 50.000 Koerdische slachtoffers. Tegen Halabja wordt gifgas gebruikt. Er vallen 5.000 doden en tienduizend gewonden.
1990
Omdat hij een havenfaciliteit wil valt Hoessein op 20 augustus zijn buurstaat Koeweit binnen. VN-resolutie no. 660 roept hem op zijn legers terug te trekken.
1991
Op 16 januari gaat de Eerste Golfoorlog o.l.v. de VS van start. Na een grondoperatie van drie dagen wordt Koeweit op 27 februari door de 'internationale coalitie' bevrijd. Aan Irakese kant vallen tussen 60.000 en 200.000 doden, voornamelijk militairen.
Tijdens de Golfoorlog komt de sji’itische meerderheid in het Zuid-Irak in opstand nadat Bush Sr heeft gesuggereerd dat de VS daaraan zijn steun zou verlenen. In het noorden komt het Koerdische volksdeel in opstand. Beide worden door Saddam met grof geweld neergeslagen. Er vallen 30.000 tot 60.000 slachtoffers.
Om genoemde bevolkingsgroepen te beschermen stellen de ‘bevrijders’ no fly-zones in. Dat Amerika verzuimt de opstandelingen te steunen leidt tot wrevel en wantrouwen. Hoessein accepteert op 6 april de VN-resolutie die hem oproept zijn massavernietigingswapens te vernietigen en wapeninspecteurs tot Irak toe te laten.
1995
Saddam’s twee oudste dochters en hun echtgenoten vluchten naar Jordanië.
1996
Beide schoonzoons worden drie dagen na hun berouwvolle terugkeer in Irak vermoord. Saddam’s oudste zoon raakt zwaargewond bij een aanslag.
1997
Saddam zegt de samenwerking met de VN-wapeninspecteurs op, maar belooft in 1998 ze weer toe te zullen laten. De wapeninspecteurs trekken zich terug en de VS en Groot-Brittannië voeren drie dagen lang bombardementen uit.
2000
Het gerucht duikt op dat Saddam de familie van Palestijnse zelfmoordcommando’s een bedrag van US$ 10.000 (ook wordt gesproken over US$ 25.000) zou schenken als beloning voor de tegen Israël verrichte terreurdaad.
2002
In reactie op de aanslagen van 11 september 2001 maakt VS-president George W. Bush bekend dat hij het Irak van Saddam Hoessein tot de ‘As van het Kwaad’ rekent. Saddam staat toe dat de wapeninspecties worden hervat. De Veiligheidsraad van de VN geeft hem een laatste waarschuwing via resolutie no. 1441.
2003
Amerika en Engeland o.l.v. Bush Jr. starten - onder luid protest uit de hele wereld - op 20 maart de Tweede Golfoorlog. Van alle kanten wordt erop gewezen dat het Westen Saddam aanvankelijk zou hebben geholpen in de oorlog tegen Iran, althans, hem zou hebben opgestookt en voorzien van het benodigde wapentuig, maar hem later in de steek heeft gelaten. Vlak vóór het begin van de Golfoorlog II worden de meest wilde speculaties geopperd: Bush Jr. zou het karwei van zijn vader willen afmaken, het zou uitsluitend om olie gaan, Bush zou het om fundamentalistisch-religieuze redenen doen, Bush zou er Israël mee willen helpen, etc. Aan de door Bush zelf opgegeven reden, nl. omverwerping van het bewind van Saddam Hoessein, wordt ernstig getwijfeld.
Vanaf april 2003 tot aan zijn arrestatie in december zwijgt Saddam in alle talen: aangenomen wordt dat hij is omgekomen bij een Amerikaans bombardement op een van zijn paleizen in Bagdad.
Begin mei 2003 kondigt Bush het einde van de strijd tegen de dictator Hoessein, onderdeel van de ‘As van het Kwaad’ aan.
In juli 2003 duiken tapes op met vermoedelijk de stem van Saddam, waarin hij zijn volk aanspoort tot verzet tegen de bezetter, de VS.
Saddam’s beide zonen, Odai en Koesai, komen op 22 juli in Mosoel om bij een vuurgevecht met Amerikaanse elitetroepen.
Op zaterdagavond 13 december 2003 wordt Saddam Hoessein zonder verzet en in verwarde toestand gearresteerd. Hij is slapend aangetroffen in een kruipruimte onder een boerderij in Dawar bij Tikrit. Op tv worden beelden getoond waarin zijn haar wordt afgeknipt. De opnames van het afnemen van wangslijm voor DNA-onderzoek zijn verbazingwekkend.
De ontluistering van de wrede dictator is groot: vooral in Palestina, maar ook onder zijn aanhangers in Irak (Tikrit) heerst verbazing en teleurstelling over zoveel lafheid.
DNA-onderzoek bewijst dat het niet om een van zijn vele dubbelgangers gaat, maar om de juiste Saddam. Hij zou verraden zijn door zijn tweede vrouw.
Naast vreugde zijn er ook bezorgde reacties. De vele terreuracties, uitgevoerd door meestal soennitische Saddam-aanhangers en gericht tegen Amerikaanse en andere buitenlandse militairen, maar ook tegen eigen volk (o.a. politie- en bewakingsmensen onder het nieuwe bewind), houden niet op.
Saddam wordt in zijn eigen land gevangen gehouden en zal door een Irakese rechtbank worden berecht.
2004
Amerikaanse en Engelse soldaten zoeken vergeefs naar de massavernietigingswapens die Saddam zou kunnen inzetten. Tegenstanders van de oorlog tegen de dictator verklaren de oorlog illegaal en spreken van geallieerde leugens.
In de zomer merkt een Irakees politicus op: “Irakezen vermoorden tegenwoordig Irakezen en bij het graf vervloeken ze de Amerikanen.”
2005
In Irak komt een golf van geweld op gang, voornamelijk afkomstig van soennitische aanhangers van Saddam Hoessein en gericht tegen sji’itische tegenstanders. Voornaamste doelwit: politiemensen in opleiding.
2006
Saddam Hoessein wordt op 5 november door een speciaal tribunaal ter dood veroordeeld. Op 26 december bevestigt het Irakese Hooggerechtshof de uitspraak. De reacties zijn verdeeld: in Amerika wordt gejuicht. Europese regeringsleiders melden dat de doodstraf eigenlijk niet meer van deze tijd is maar verklaren zich met de gang van zaken in Irak akkoord.
Op 30 december 2006 wordt Saddam geëxecuteerd door ophanging. Soennitische leiders roepen dat het een sjiitisch showproces betrof, waarbij hun leider niet fatsoenlijk is behandeld. In de Palestijnse gebieden wordt zijn dood openlijk betreurd. Hij stond achter de zelfmoordacties tegen Israëlische burgers en was een belangrijke verschaffer van vooral financiële steun. Volgens nieuwsmedia heeft hij meer dan 35 miljoen dollar uitbetaald aan nabestaanden van Palestijnse zelfmoordenaars. Naast meer dan 50.000 Irakezen zijn eind 2006 bij de strijd 3.000 Amerikaanse militairen omgekomen.