Woordbetekenis
Het Hebreeuwse woord voor immigratie luidt Aliya. Letterlijk vertaald betekent het: ‘opgaan’, ‘opstijgen of ‘naar boven gaan’. Het meervoud is aliyot. De immigratie naar Palestina en het latere Israël heet 'aliya maken’. In joodsreligieuze zin wordt het woord gebruikt om het bereiken van een hogere trap in het geestelijk leven aan te geven. In de moderne politieke betekenis van vandaag staat het woord voor de immigratie, als aanduiding voor de instroom van joden (immigratiegolf, vlucht uit het buitenland, uit de diaspora, de omzwerving), terug naar Israël/Palestina, naar het Beloofde Land. De mensen die "opgaan" worden ‘olim’ genoemd.
Het motto voor de beweging (vanaf circa 1880) is overgenomen van de oudtestamentische oproep van de Perzische koning Cyrus in 538 v. Chr. "Degene onder jullie die van zijn volk is, Zijn God hoort bij hem en laat hem opgaan". (Ezra 1:3; 2 Kronieken 36:23).
Eerdere aliyot
De term aliya wordt in de Bijbel gebruikt voor de ‘kinderen van Israël’ die vertrekken uit Egypte (zie bijbelboek Exodus). Ook - eeuwen later - voor de ballingen die in 538 v. Chr. terugkeren uit de Babylonische ballingschap. Na de moslimveroveringen (636-638) keren opnieuw joodse mensen naar ‘hun oude land’ terug. In de elfde en twaalfde eeuw zijn er aliyot, vanwege vervolgingen, uit Spanje en uit Duitsland in de veertiende eeuw. Uit Italië, Mesopotamië, Perzië, India, China, Jemen en Noord-Afrika in de vijftiende eeuw. Na de Ottomaanse overwinning in 1516 wordt aliya gemaakt uit de Oriënt, Sicilië, Italië, Frankrijk, Spanje en Portugal, net als in de zestiende, zeventiende (uit Turkije) en achttiende eeuw.
Bijbels thema
De terugkeer van joden naar Israël in de 20e eeuw heeft voor veel mensen, niet alleen joden, een sterk religieuze betekenis. In hun zienswijze geeft God na de diaspora het land aan zijn uitverkoren volk terug. Hij verzamelt het daar weer. Volgens veel (ook christelijke) bronnen hebben de oudtestamentische profeten dat aangekondigd: "Zo zegt de HERE: zie, Ik haal de Israëlieten weg uit de volken naar wier gebied zij gegaan zijn. Ik zal hen van alle kanten bijeenverzamelen en hen naar hun land brengen". (Ezechiël 37:21). De (bijbel-) geleerden zijn het er niet over eens of deze tekst bij de tweede terugkeer (Babylon) hoort of bij die van de 20e eeuw.
Eerste aliya (1882-1903)
Omstandigheden: a) in Europa ontstaat het zionisme, b) in Rusland zijn voortdurend moordpartijen op joden (pogroms). Er komen ongeveer 25.000 mensen het land binnen, bestaande uit afzonderlijke families of kleine groepen. Ze zijn voornamelijk afkomstig uit Oost-Europa en vooral Rusland en richten de eerste landbouwcommunes op. Er wordt rond de 90.000 hectare land aangekocht. Het land staat in die periode onder Turks bestuur en telt circa 300.000 Arabieren en 40.000 inwoners van joodse oorsprong.
Tweede aliya (1904-1914)
Omstandigheden: de dood van de joodse voorman Herzl, de controverses in zionistische kringen, de Kishinev-pogroms va 1903. De aliya wordt onderbroken door WO1. Er komen ongeveer 35.000 mensen het land binnen, voornamelijk jonge socialisten uit Polen en Rusland, die dromen van een arbeidersbeweging in Eretz Israël. Uit deze groep komen veel leiders van de latere staat Israël voort, zoals Ben Zwi en Ben Goerion.
3e Aliya 1919-1923
Oorzaken: de gevolgen van de Russische revolutie en pogroms in de Oekraïne. De Balfourverklaring doet het enthousiasme om naar Palestina te komen oplaaien. Er komen rond de 35.000 personen naar het land, voornamelijk Russen (ruim 50%), Polen (36%), maar ook mensen uit Letland, Roemenië en andere Oost-Europese landen. In deze periode komen er veel nieuwe kibboetsen (kibboetzim) bij. Ook worden de Histadrut, de nationale vakbond, en de Haganah, de verdedigingsorganisatie tegen Arabieren, opgericht.
4e Aliya 1924-1932
Oorzaken: economische crisis in Polen en de immigratiebeperkingen die de VS in 1924 instellen. Er komen een kleine 70.000 joodse mensen het land in, waarvan de helft uit Polen, vooral winkeliers en ambachtslieden. In de Sovjet-Unie bestaan in deze periode emigratiebeperkingen. Daardoor is het aantal Russische immigranten klein. De meesten vestigen zich in Tel-Aviv.
5e Aliya 1933-1939
In de periode voorafgaand aan W.O. II doen veel joden wanhopige pogingen om Duitsland te ontvluchten, maar geen land wil hen opnemen. Kleine groepen bevoorrechten zien – tegen betaling van grote geldbedragen - kans naar de VS te vluchten. Als Hitler aan de macht komt (in 1933) ontstaat een enorme stroom immigranten. Er komen meer dan 250.000 mensen in Palestina aan. Duizenden van hen komen "illegaal" binnen, voornamelijk uit Duitsland en Oostenrijk, deels bestaande uit academici (artsen). Ook komen veel musici mee. Het begrip "illegale immigranten" bestond al onder Turks bewind, maar krijgt door de Britse immigratiequota opnieuw inhoud. Vele duizenden immigranten komen met gecharterde schepen en met hulp van de Haganah via zee het land binnen. In 1939 wonen er 475.000 Joden in Palestina, ongeveer 40% van de bevolking.
Tweede Wereldoorlog
Tijdens de Tweede wereldoorlog neemt de legale immigratie drastisch af. De Britse marine houdt de vluchtelingenboten continu in de gaten. Op sommige boten wordt gevuurd, sommige worden teruggestuurd. Drie boten zinken en 21 boten met 15.000 vluchtelingen halen hun missie. In tegenspraak met de Britse beperkingen worden tussen 1934 en 1948 ongeveer 115.000 joodse vluchtelingen het land binnengebracht, terwijl de Britten 51.000 joodse mensen interneren op Cyprus. Zij worden pas vrijgelaten na de onafhankelijkheid van 1948.