Muammar Khadaffi
(of: Al Gathafi (spelling op eigen website
http://www.algathafi.org/html-english/cat_1_3.htm ),
Qadhafi, al-Qadhafi, Gadaffi, Gaddafi, Ghadaffi, Khaddafi)
Leider van Libië. Fel tegenstander van Israël.
Internationaal beschuldigd van terrorisme.
Blijkt gevoelig voor westerse druk.

Khadaffi is geboren in 1942 in Libië, in de buurt van Sirte. Hij groeit op binnen een arm bedoeïenengezin. Na de onafhankelijkheid van zijn land in 1956 wordt Khadaffi aanhanger van de Egyptische president Nasser, die een pan-islamitische staat voor ogen heeft. Khadaffi studeert in 1964 af als meester in de rechten en gaat in militaire dienst. Op jonge leeftijd, samen met politieke vrienden, bereidt hij couppogingen voor. In Engeland volgt hij een cursus ‘moderne oorlogsvoering’.
In 1969 volgt een coup. Het bewind van Idrid I wordt omver geworpen. Khadaffi heeft de coup jarenlang voorbereid. Op 27-jarige leeftijd heerst hij over Libië.
Khadaffi wordt voorzitter van de Revolutionaire Raad en opperbevelhebber van het leger. Zijn politiek noemt hij islamitisch socialisme. Hij stelt zich hard op ten aanzien van buitenlanders: westerlingen moeten het land verlaten. Eigendommen van Italiaanse en joodse Libiërs worden geconfisceerd.
Onder Khadaffi’s bewind steunt Libië vanaf de jaren zeventig links-extremistische en terroristische groeperingen, zoals de IRA en de PLO. Op grote schaal vinden zuiveringen plaats onder tegenstanders van het bewind. In 1979 doet hij afstand van zijn positie, maar hij blijft een sleutelrol in de Libische politiek vervullen.
Onder president Ronald Reagan bombarderen de VS op 15 april 1986 het hoofdkwartier van Khadaffi in Tripoli en Benghazi, wegens bewezen betrokkenheid bij terrorisme.
Volgens veel waarnemers zit Khadaffi achter de bomaanslag op het Amerikaanse passagiersvliegtuig van Pan Am boven Lockerbie op 21 december 1988. Daarbij komen 259 aan boord en 11 op de grond om het leven. Sommige bronnen melden dat het om vergelding gaat voor de Amerikaanse bombardementen.
Eind 2003 verklaart Khadaffi - na zware onderhandelingen en volgens veel commentatoren onder druk van de Amerikaanse aanval op Irak - af te zullen zien van verdere pogingen om massavernietigingswapens te ontwikkelen. Sindsdien lijkt alleen nog Iran een reële nucleaire bedreiging voor Israël te vormen.