Palestina als conflictbron
De strijd om Palestina duurt al bijna een eeuw.
De acht kernoorzaken op een rijtje.
- De emigratie (of ‘terugkeer’) van honderdduizenden Joden naar wat religieuze kringen aanduiden als het beloofde land of het heilige land. Oorzaak: de vaak bloedige - vervolgingen die joden in het door christenen beheerste Europa te verduren hadden gekregen. Eind 19e eeuw stimuleerden leiders als Herzl de terugkeer naar Palestina. Het verlangen naar het oude thuisland kreeg de naam zionisme. De term is gebaseerd op de Hebreeuwse bijbel. Deze ‘terugkeer’, samen met het zionistische voornemen er een eigen staat te stichten, is de belangrijkste oorzaak van het conflict. Dat verlangen om terug te keren naar hun oude thuisland koesterden in Europa wonende joden al eeuwenlang. In dezelfde periode (1880-1940) trok een stroom Arabische immigranten het land binnen. Hun reden was werkgelegenheid. Ze wilden meeprofiteren van het gestegen welvaartsniveau in de regio. Hun rol in het conflict blijft te vaak buiten beeld;
- De op historische ontwikkelingen gebaseerde aanspraken die religieuze belanghebbenden maken op het land. Zowel joden, christenen als moslims hebben zich eeuwenlang bereid getoond, te vechten om het behoud van hun heiligdommen. Heilige plaatsen zijn onder meer de Tempelberg met zijn moskee en Rotskoepel, de Klaagmuur en de christelijke kerken in Jeruzalem, Bethlehem en Nazareth. De graftombe van de aartsvaders, de Machpela in Hebron, is voor moslims net zo belangrijk als voor gelovige joden en christenen;
- De vrijwillige vlucht, de gedwongen verdrijving en/of de etnische zuivering van Arabische inwoners van Palestina in de periode 1948-1949 en 1967. De stroom Palestijnse vluchtelingen lijkt de kern van het probleem en is de belangrijkste twistbron. Bestond aanvankelijk de indruk dat ze vrijwillig gevlucht waren, later komen Israëlische geschiedkundigen, de zgn. New Historians, met bewijsmateriaal dat joodse legereenheden gewelddaden hebben gepleegd. Er zijn gewelddaden uitgevoerd met de opzet Arabische inwoners te verjagen. In dezelfde periode kwam een ongeveer even grote stroom Joodse vluchtelingen op gang uit de Arabische wereld en richting Israël. Dat was het gevolg van de Israëlische overwinning van 1948-1949 en is nauwelijks onderdeel van het conflict. Die groep is in Israël geïntegreerd en opgevangen en alleen al daarom ervaren veel waarnemers dit aspect niet als conflictbron. Volgens Arabische leiders moeten die nieuwkomers Israël ontruimen ten gunste van Palestijnse vluchtelingen. Zo’n gedwongen terugkeer naar hun oorspronkelijke woonplaats lijkt minstens zo ondenkbaar als de terugkeer van Palestijnse vluchtelingen naar hun woonplaats. Van een evenwichtige weging van beide aspecten is geen sprake;
- De Israëlische bezetting en onderdrukking vanaf 1967. Die heeft duizenden Palestijnse Arabieren, zowel ‘militanten’ als onschuldige burgers, het leven gekost. De toch al aanwezige haat tegen wat Palestijnse en Arabische leiders de ‘zionistische entiteit’ noemen, is er verder door aangewakkerd;
- De militaire en economische krachtsverschillen tussen Israël en de Arabische wereld. Vijf oorlogen zijn op vijf nederlagen voor de Arabieren uitgedraaid. Economisch is Israël veruit het welvarendste land in het Midden-Oosten en militair superieur. Veel Arabieren zien de Jom Kippoer-oorlog van 1973 en de min of meer onbesliste strijd van Hezbollah tegen Israël in 2006 als overwinning;
- De nederzettingenpolitiek van Israël. Joodse (orthodoxe) mensen vestigen in Palestijns/Arabisch gebied wordt gezien als een opzettelijke provocatie van de Arabische rechten. Ook op het plaatsen van een honderden kilometers lange betonnen muur is veel kritiek. Die barrière tussen joodse nederzettingen en Palestijns gebied belemmert veel Palestijnen in hun bewegingsvrijheid en is sinds 2005 een nieuwe conflictbron. Volgens Israël is het effect van de muur ook in het voordeel van de Palestijnen. Het aantal slachtoffers aan beide kanten is sindsdien sterk gedaald. Volgens Palestijnse leiders komt dat niet door de muur maar omdat zij niet meer in terreur geloven. De muur er volgens hen alleen maar om hun het leven zuur te maken, hun gebied in onleefbaar kleine eenheden op te delen en transfer (= verhuizing naar ander Arabisch gebied, zoals Jordanië) te bereiken;
- De Palestijnse terreur. Vooral in het Westen bron belangrijke van verontwaardiging. Velen zien het als geoorloofd, door de VN gesanctioneerd, verzet. Vliegtuigkapingen, zelfmoordaanslagen en schietpartijen op burgers en raketaanvallen hebben duizenden Israëlische burgers het leven gekost. Anderen noemen het de hoofdoorzaak van de conflictsituatie. Veel omstanders, ook Israëlische, noemen de vergeldingsacties van het Israëlische leger buiten proportie. De op Palestijnse terreurleiders toegepaste liquidatiepolitiek, waarbij geregeld onschuldige omstanders omkomen, noemen zij ondemocratisch. Het is in hun ogen een verkrachting van de rechtsgang, omdat ieder mens recht heeft op een (openbaar) proces;
- De omvangrijke antiwesterse, anti-Amerikaanse, anti-Israëlische, anti-joodse en/of antisemitische propaganda in de Arabische en islamitische wereld. En omgekeerd. Bij de Palestijnse jeugd wordt Jodenhaat gestimuleerd en de Jihad (= religieuze strijd tegen niet-moslims) aangeprezen. De bewijzen, uit kranten en tv, liggen hoog opgestapeld. Hele generaties raken zo de kans op vreedzame samenleving kwijt. Sommige commentatoren spreken van een ware doodscultuur. Overigens, in dezelfde sfeer komen anderen met kritiek op de inhoud van Israëlische schoolboekjes. Daarin zou de eerdere Arabische aanwezigheid worden gebagatelliseerd, verdraaid of verzwegen. Schoolboekjes bieden in het algemeen geen garantie op de kwaliteit van berichtgeving. Regelmatige verschijnen daarover berichten in de pers. Uit onderzoek blijkt dat ook onder meer Nederlandse en Amerikaanse schoolboeken gekleurde informatie bevatten. Geschiedkundige feiten lenen zich simpel voor subjectief schrijfwerk. Ze een beetje anders voorstellen dan ze in werkelijkheid zijn, meestal in eigen voordeel, is gemeengoed. Links en rechts, joods, christelijk en islamitisch, maar ook liberaal, agnostisch en atheïstisch, alle partijen zijn ermee besmet. Het geven van objectieve informatie, vreemd van eigenbelang, lijkt een onmogelijke opdracht.
|