Het land, gelegen tussen Libanon in het noorden, de Middellandse Zee in het westen, de Jordaan in het oosten en Egypte in het zuiden. Al bijna een eeuw bron van strijd
tussen Arabische inwoners en Joden.
Naam Het woord Palestina (Falastina, Falastin, Phalastin, e.d.) is afgeleid van Filistea, het land van de
Filistijnen. De naam Palestina kreeg het land in 135 na Christus van de Romeinse bezetter. Die beoogde, na de wrede onderdrukking van de Joodse opstand, de namen
Israël en Judea te doen vergeten.
Tot rond 1.400 v. Chr. heeft het gebied diverse namen. De belangrijkste is
Kanaän. De geschiedenis van het land beslaat een periode van meer dan 5.000 jaar. Een stad als
Jeruzalem (Jebus) was al een bloeiende gemeenschap ver vóórdat de geschiedenis van
Israël begint. Een andere stad,
Jericho, geldt zelfs als een van de oudste woongemeenschappen op aarde.
Israël Volgens het bijbelverhaal vestigt
Abraham zich in het gebied. De Israëlieten nemen het land eeuwen later, na de
Uittocht uit
Egypte, opnieuw in. Het wordt onder de twaalf stammen verdeeld. Vanaf dat moment heet het grootste deel ervan
Israël. Eeuwenlang leveren de Israëlieten een strijd op leven en dood met een buurgemeenschap, de
Filistijnen.
Machtswisseling Van ca. 70 v. Chr. tot 395 n. Chr. maakt het land deel uit van het
Romeinse Rijk en vanaf 395 van het
Byzantijnse Rijk. Na de verovering van
Caesarea, in 640, komt het voor eeuwen onder islamitische (dus niet: Arabische) heerschappij. Vanaf 1517 tot 1918 is het onderdeel van het Ottomaanse (of Turkse) rijk. Eeuwenlang wordt het Zuid-Syrië genoemd. Het is een vage en onbeduidende provincie van het grote buurland in het noorden. In de 19e eeuw raakt het in een staat van verwaarlozing. Veel mensen trekken weg. Er is moerasvorming en er heerst malaria.
Immigratie Vanaf 1880 keren grote groepen
joden (voornamelijk uit Oost-Europa) terug naar wat ze zien als hun oude vaderland. De meesten zijn aanhanger van het
zionisme. Ze hopen in Palestina een eigen staat te stichten en daarin veilig te kunnen leven. Vanwege de nieuw ontstane welvaart komen er ook veel nieuwe Arabieren wonen. De meesten komen uit de omringende landen:
Syrië,
Egypte,
Libanon. Maar ook vestigen zich er grote groepen Europese
moslims, o.a. uit
Bosnië.
Tussen de Joodse en Arabische inwoners ontstaat onenigheid, die uitloopt op een gewapend conflict.
Vanaf 1920 komt het gebied onder Brits gezag. Het wordt een
mandaatgebied, onder toezicht van de
Volkenbond. In deze periode wordt verreweg het grootste deel van Palestina, bijna 80%, oostelijk gelegen van de Jordaan, door de
Britten afgesplitst. Ze geven het de naam
Transjordanië. Het wordt onder bestuur gesteld van de Hasjemitische koningsfamilie
Hoessein. Het was de eerdere machthebbers, de
Ottomanen, niet gelukt, rust te brengen in de steeds grimmiger wordende verhoudingen tussen enerzijds Arabische allochtonen en immigranten en anderzijds de joodse immigranten. Ook de
Britten falen. Het komt tot gruwelijke wederzijdse moordpartijen. Zo wordt de Joodse gemeenschap van
Hebron in de jaren 1920 uitgeroeid. De Arabieren komen in opstand tegen de steeds toenemende aantallen geïmmigreerde
Joden.
Tweede splitsing In 1947 dragen de
Britten (het
Verenigd Koninkrijk) het gebied over aan de
VN (UN). Een speciale commissie (
UNSCOP) stelt voor om Palestina op te delen in een Arabische en een Joodse staat. Er ontstaat een op burgeroorlog lijkende situatie tussen beide partijen. In mei 1948 roepen de
Joden de staat
Israël uit in het door
Unscop voorgestelde deel. Arabische legers vallen het land, dat nu voor een deel
Israël is gaan heten, binnen. De Israëli’s winnen de strijd. De
westelijke Jordaanoever (
Westbank) wordt door
Jordanië tijdens de
Onafhankelijkheidsoorlog ingelijfd. De
Gazastrook wordt veroverd en bestuurd door
Egypte.
Bezetting Tijdens de
Zesdaagse oorlog (juni 1967) verovert
Israël de
Westbank en Oost-Jeruzalem op
Jordanië, de
Gazastrook op
Egypte en een deel van de
Golan op
Syrië. Ook annexeert
Israël Oost-Jeruzalem. Volgens de
VN wonen in Palestina in 1947 twee miljoen mensen, van wie tweederde Arabieren (‘
Palestijnen’) en een derde
joden. Het oorspronkelijke Palestina is intussen opgedeeld in aparte gebieden:
Gaza,
Israël en de
Westoever.
Autonomie Sommige critici benadrukken dat het land Palestina als zelfstandige natie nooit heeft bestaan. Het heeft geen eigen vlag, geen munt, geen paspoort, geen gekozen regering, geen parlementaire geschiedenis en geen historische traditie. Wel is zeker dat de in Palestina wonende Arabieren vanaf de jaren 1970, onder de druk van een gezamenlijke vijand en onder leiding van Arafat en zijn
PLO, een nieuwe, zelfstandige natie zijn gaan vormen.
Beloofd en gekocht In grote lijnen ligt het bijbelse
beloofde land binnen de grenzen van Palestina. Volgens de joodse orthodox-religieuze traditie heeft
God het land aan hen geschonken of in bruikleen gegeven. In de Hebreeuwse
bijbel (voor de
christenen het
Oude Testament), zien zij hun claim - aan de hand van tientallen teksten - bevestigd.
Ook is Palestina het land waarvan joodse immigranten tussen 1880 en 1947 op legale manier stukken grond hebben aangekocht, die later door de
Verenigde Naties, met het
verdelingsplan, aan de Arabische inwoners werden toegewezen.
Oplossing Van een formele en liefst aaneengesloten Palestijns-Arabische staat, die dan vermoedelijk Palestina zal gaan heten, is het - door een ingewikkeld stelsel van oorzaken - nog niet gekomen. De wereldopinie is verdeeld. Volgens de één zijn de problemen opgelost zodra
Israël de Palestijnse (bezette, betwiste) gebieden ontruimt en er een onafhankelijke, ‘soevereine’ Palestijnse staat komt, met een sterk eigen leger.
De ander meent dat zo’n Palestijnse staat de problemen alleen maar zal vergroten en dat het geweld zal toenemen. Volgens hen is de verdwijning van
Israël slechts het begin van een islamitische kruistocht tegen het Westen.
Ook zijn er mensen die menen dat de totstandkoming van een gezamenlijk staat, de zgn. éénstaatsoptie, de enig juiste oplossing is. Daarin zouden dan Palestijnse Arabieren,
Joden en
christenen in
democratie en harmonie met elkaar moeten leven.