Term die gebruikt wordt voor Joden uit Spanje of Portugal.
Waarschijnlijk wonen in wat nu
Spanje heet al voor het begin van onze
jaartelling kleine groepen
Joden. Hun aantal wordt groter na de vlucht voor de Romeinse legers na de Joodse opstand. De naam is afgeleid van het Hebreeuwse woord Sefharad dat
Spanje betekent. Hiermee wordt het gedeelte van
Spanje bedoeld waar in die periode
Joden woonden. Dat komt ongeveer overeen met het huidige
Andalusië.
Sefardiem onderscheiden zich van andere Joodse gemeenschappen door hun taal, muziek en levenswijze. Hun taal is het
Ladino, een aan het Spaans verwante taal. Ten tijde van de Moorse overheersing leven de
joden op redelijke voet met de Arabieren. Zij worden niet onderdrukt en zijn vooral actief in de handel. De joodse gemeenschap bloeit in deze tijd. Hierdoor hebben Sefardische
joden de reputatie rijk te zijn. Gedurende een paar eeuwen maakt de Sefardische gemeenschap een bloeitijd door op cultureel, filosofisch, wetenschappelijk en theologisch terrein.
Onder het rooms-katholieke bewind van Ferdinand en Isabella worden zij
Spanje uitgewezen. In 1492 wordt besloten dat alle
Joden zich moeten bekeren of het land moeten verlaten. De Sefardische
joden vertrekken naar
Portugal, de Nederlanden en vooral naar Noord-Afrika,
Griekenland,
Turkije en de Balkan.
Portugal volgt in 1496 het voorbeeld van
Spanje. Zo’n 200.000
Joden ontvluchten in totaal het Iberisch schiereiland. In hun nieuwe landen spelen zij vaak een belangrijke rol in het culturele leven, vanwege de kennis en contacten die ze meenemen.